Jullie zijn het zout van de aarde

Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout zijn smaak verliest, hoe kan het dan weer zout gemaakt worden? Het dient nergens meer voor, het wordt weggegooid en vertrapt.
Matteüs 5: 13

Deze woorden van Jezus zijn onderdeel van Zijn Bergrede, de inaugurele rede waarmee Jezus in grote lijnen uiteenzet wat een goed leven is. Hij spreekt hier in eerste instantie tot de mensen aan de voet van de berg – en indirect ook tegen ons. Na de acht zaligsprekingen geeft deze Rabbi twee voorbeelden van wie de toehoorders zijn: zout en licht.

Die zaligsprekingen karakteriseren Gods volk. Zout weert bederft én geeft smaak. Je hebt maar een theelepeltje nodig; een handjevol rechtvaardigen had Sodom van de ondergang kunnen redden, maar er was onvoldoende zout. Als wij bidden voor het welzijn en de bloei van de stad, zijn we dan bereid om de acht zaligsprekingen van Jezus in de praktijk om te zetten? Zijn we een stad op de berg, een lamp op de korenmaat, om ons licht te laten schijnen voor de mensen, opdat zij onze goede werken zien, ons zoutend zout, en onze Hemelse Vader verheerlijken?

Het licht is er om te schijnen en de duisternis te verdrijven. Daarin is Jezus ons voorgegaan. Hij zal ons geven wat Hij van ons verwacht: door de samenleving te zouten, tot Zijn eer.

de bijbel open