Schapen en Herders

Afgelopen zondag, in die mooie doopdienst, ging het in de preek over schapen en herders. Wat bij mij binnenkwam, was het besef dat we allemaal als we niet uitkijken onze eigen herders aan het zoeken of maken zijn. Of nee, laat ik het bij mezelf houden: dat ik zomaar weer m’n eigen herders aan het zoeken of maken ben. Dingen, omstandigheden, mensen: prachtige geschenken van God. Maar niet bedoeld om mijn geluk, mijn zekerheid of mijn identiteit in te vinden. En juist dat doe ik nog zomaar.

‘Door de Geest hopen en verwachten wij dat we op grond van geloof als rechtvaardigen worden aangeno-men’, Galaten 5:5.

Dit stukje van de preek raakte voor mij aan de Galatenbrief, die ik de laatste weken weer gelezen heb. Een brief waarin het gaat om het verschil tussen je laten redden door God of proberen je redding ergens anders te zoeken. Iets andere bewoordingen als in de preek van zondag, maar het gaat om hetzelfde. Om een keus tussen de wet en Gods genade. Aan de ene kant de wet, de valse herders, het zoeken van mijn zekerheid en identiteit in wat ik kan of heb of doe – een uitputtende bezigheid die nooit zekerheid en rust oplevert. Doodlopende wegen. Aan de andere kant Gods genade, de enige goede herder - de keus om erop te ver-trouwen dat Jezus genoeg is voor mij. Dat ik gerechtvaardigd word door wat Hij gedaan heeft. Dat God net zoveel van mij houdt als van Jezus – omdat Hij Jezus in mij ziet. De keus om te geloven dat alleen bij Hem dat goede leven te vinden is, en dat Hij het alleen uit genade geeft, niet omdat ik zo m’n best doe. En de ongelooflijke opluchting als ik me dat weer realiseer.

Een makkelijke keus, zo op papier. In de praktijk vind ik geloven soms nog knap lastig.

Wat helpt: mijn doodlopende wegen onder ogen zien (bij dezen) en weer teruggaan naar God. Een beweging die ik vast nog vaak zal moeten maken in m’n leven.

de bijbel open