Nog voordat hemel en aarde werden geschapen was dit Woord al aanwezig

De Adventsweken zijn begonnen. De vier zondagen voorafgaand aan het kerstfeest staan in het teken van verwachting, de komst van de Messias. De evangelist Johannes zet hoog in met zijn proloog. Anders dan Mattheüs en Marcus beschrijft Johannes niet de geboorte van Jezus, maar grijpt hij terug op het begin van de Bijbel - en zelfs daarvóór nog.

Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader.
Johannes 1: 14

Het Woord waarmee de aarde en hemel zijn geschapen, is vlees geworden. Dat Woord heeft onder ons gewoond, heeft Zijn tent bij ons neergezet, heeft “getabernakeld” onder ons. Zoals de tabernakel Gods aanwezigheid zichtbaar en tastbaar maakte, zo is Jezus onder ons.
Zelfs nog voor die woestijnreis tot bevrijding uit Egypte en nog voordat hemel en aarde werden geschapen, was dit Woord al aanwezig. Het is alsof de Grieksdenkende Johannes wil aangeven dat Jezus niet een filosofisch-theologisch verzinsel is: Hij is de oorsprong van alles, maar is ook concreet aanwezig.
Zo fysiek als Jezus toén was, zo mogen we Zijn wederkomst ook verwachten. Zijn Woord is machtig en scheppend, het Woord is Mens geworden. Zoals die woorden van vroeger werkelijkheid zijn geworden, zo wordt ook Zijn aankondiging van terugkeer realiteit.

de bijbel open