Registreer  

Het is met het koninkrijk van de hemel als met een schat die verborgen lag in een akker. Iemand vond hem en verborg hem opnieuw, en in zijn vreugde besloot hij alles te verkopen wat hij had en die akker te kopen. (Mt. 13,44)

Soms zie je het op het Journaal: iemand heeft een schat gevonden. Op de bodem van de zee, in een scheepswrak. Ergens op een akker, behulp van een metaaldetector. Of toevallig, bij grafwerkzaamheden voorafgaand aan een bouwproject. Meestal zijn ze enigszins gekalmeerd als ze geïnterviewd worden. Maar op het moment dat je zo’n schat vindt, ga je vast uit je dak.

Wij hebben ook een Schat gevonden. Want wij hebben God in ons leven, we hebben Jezus leren kennen, de Heilige Geest woont in ons. Dat is een Schat waar alle andere schatten bij in het niet vallen. Een Schat die niet kan roesten of aangevreten worden door motten of onderhevig is aan inflatie. Kortom: een Schat die zijn waarde niet kan verliezen. En die je niet kwijt kunt raken.

De vraag is alleen: beseffen we dat wel voldoende? Of houden we ons vooral bezig met andere schatten - die veel minder waard zijn? Praten we er wel genoeg over met elkaar? Halen we hem wel vaak genoeg tevoorschijn? Bekijken we hem wel van alle kanten? Onder een felle lamp? Verlekkeren we ons er wel genoeg aan?

Want als we dat te weinig doen, dan zullen we ook nooit doen wat die man uit de gelijkenis deed: er alles voor over hebben. Er desnoods al het andere voor opofferen. En hoe moeten onze kinderen dan leren wat de echte Schat is