Registreer  

Heer, gaat u dan binnen afzienbare tijd het koningschap over Israël herstellen?
Handelingen 1: 6

Jezus zet de stoelen klaar in de hemel. Misschien kent u die uitspraak wel, ooit gedaan tijdens een catechisatieles met Koningskinderen. Het was het antwoord dat één van de catechisanten gaf op de vraag wat Jezus is gaan doen na Zijn hemelvaart. Het is een antwoord wat misschien niet eens fout is. Immers, Jezus is een plaats gaan bereiden. In het huis van mijn vader zijn vele woningen.
Het is makkelijk om die elf leerlingen op de berg te veroordelen over deze “naïeve vraag”. Zij hadden toch beter kunnen weten? Jezus had toch tegen hén gezegd dat Hij naar de Vader zou gaan en de Trooster en pleitbezorger zou sturen? Wat lopen die Galileese mannen dan te vragen over dat koningschap en herstel en een indirect verzet tegen de Romeinen?

Laten we niet te gauw deze vissers afschrijven. Jezus zelf heeft het over het Koninkrijk dat nabij is, een monarchie waarvan Hij de Vorst is. Hij, de Prins van Vrede, directe afstammeling van David, via Batseba, Uria's vrouw. De Timmermanszoon met blauw bloed en met schuinmarcheerders als voorouders – die zou de profetieën van Gods koninkrijk toch dan gaan vervullen?
Dat herstel komt zeker. Maar het is de leerlingen in alle hectiek van Jezus' proces op dat moment niet zijn doorgedrongen, dat Jezus' koninkrijk geen staatsinrichting is van menselijke maatstaven, gebaseerd op eigen inzichten en regels en met afbakening van het eigen grondgebied.

Dit vorstendom houdt haar residentie in de hemel om het aardse leven te kunnen zegenen. Het is de wereld op zijn kop. Nogal wiedes natuurijk, want hoe kan dat hemelse koninkrijk zich op aarde vestigen in de mensen, als het hoofdkantoor niet bovenaan staat maar juist met beide benen op de grond staat?